Omgaan met coronamaatregelen op de psychogeriatrische afdeling: ‘Het woord virus vermijd ik’

Omgaan met coronamaatregelen op de psychogeriatrische afdeling: ‘Het woord virus vermijd ik’

Doris, helpende | interview

18-05-2020

Kaartjes, presentjes, culinaire traktaties en muzikale buitenoptredens. Veel bewoners doen dit soort acties ontzettend veel goed. Nog belangrijker is het contact met familie en bekenden. Via videobellen en inmiddels ook via intelligent (buiten)bezoek. Maar er is ook een groep mensen die de situatie niet overziet. Waarbij het woord virus paniek veroorzaakt. Die ongerust wordt van een kaart met geschreven boodschap ‘met ons gaat het goed’. 

Doris is helpende op locatie Vitalis Peppelrode. Ze werkt op een intensieve zorgafdeling met cliënten met psychogeriatrische problemen, zoals dementie. Ze vertelt over het effect van de coronamaatregelen op deze groep mensen. En de zoektocht die daarmee gepaard gaat.

Van de 21 bewoners op Doris’ afdeling, begrijpt één mevrouw de situatie. Zij leest de krant en spreekt erover. Alle overige bewoners krijgen er maar weinig van mee. “Ze zijn wel onrustiger, zoekende. Ze voelen de afwezigheid van familie en gebruikelijke activiteiten. Ze merken dat er iets is veranderd”, vertelt Doris. En dus zit Doris voortdurend in het dilemma: wat leg je wel en niet uit? “Het woord virus vermijd ik, want dat roept bij sommige mensen het idee op dat hun kinderen ziek zijn.” En verder draait het er vooral om hoe je de dingen brengt. Neutraal en eenvoudig, zodat er zo min mogelijk onnodig paniek wordt gezaaid. “Een paar dagen geleden bijvoorbeeld, drukte een bewoonster op het liftknopje. Ik wachtte even af, wetende dat die lift niet zou komen. Ze drukte nog een keer. Ik vroeg haar wat ze ging doen. ‘Even naar het winkeltje op de begane grond’, antwoordde ze. Een winkeltje dat we niet hebben. En mevrouw gaat sowieso nooit alleen naar een winkel. ‘Dat kan niet’, vertelde ik haar, ‘om dezelfde reden dat uw man niet kan komen.’ En dan is het weer goed.”

Verwarrend videogesprek

Om contact te houden tussen bewoners en familie werd de mogelijkheid tot videobellen en een veilig raambezoek zo snel als het kon geregeld. “Het is mooi om te zien dat in deze tijd dit soort dingen heel snel worden opgepakt. Maar voor veel bewoners is videobellen moeilijk te begrijpen. Eén van de bewoners vond het zelfs zo verwarrend, dat hij het gesprek opvatte als een afscheidsgesprek met zijn vrouw. Hij dacht dat het niet goed met haar ging. Toen het weer kon, is direct een ontmoeting op afstand geregeld met zijn vrouw die op dezelfde locatie woont, maar op een andere afdeling. Zij kunnen elkaar ontmoeten in de tuin met begeleiding. Doris: “En ook daarbij heeft het geen zin om te vertellen dat hij 1,5 meter afstand moet houden. Ik zeg hem dan dat hij naast mij moet blijven zitten. En zo’n boodschap herhaal ik net zo vaak, tot het gewenning is geworden.”

Het belang van communicatie

De zoektocht naar contact is dus niet altijd even gemakkelijk. “In mijn beleving staat en valt alles bij communicatie met de familie. En dat komt in deze tijd nog sterker naar boven.” Want niet alleen het gemis bij partner en kinderen is enorm groot, ze zijn nu ook helemaal van zorgverleners afhankelijk voor informatie.” Doris: “Neem bijvoorbeeld een raambezoek. Wat verwacht de familie van dit bezoek? Wat gebeurt er als er niemand van de afdeling af kan om iemand te begeleiden? Wat kunnen wij aan de familie meegeven over het wel of niet spreken over corona? Wat doen we wanneer een bewoner zorgt weigert, zoals omkleden of het gebit indoen, voorafgaand aan een gepland raambezoek? Ik voel mij verantwoordelijk voor die communicatie en vind het ook belangrijk dat we als team daarin zoveel mogelijk één lijn trekken. Dat wij duidelijk zijn, blijven praten en begrip hebben voor elkaars manier van communiceren. Ik leer iedere dag en weet zeker dat ik dat ook zal meenemen in andere situaties.”

Een warm feestje

En dus kijkt Doris per bewoner en per situatie wat er wel en niet kan. En wat daarbij het beste is voor de familie. Kan het niet via videobellen? Dan gebeurt het telefonisch. Bij ieder moment dat er over is, plaatst ze direct iets op Familienet. “Ik weet niet hoe het voelt om iemand zo te moeten missen, maar we doen er alles aan om het gemis te verzachten.” En dus wordt er – als het kan – ook grootser uitgepakt. “Laatst was er iemand jarig, wiens partner normaal gesproken dagelijks komt en meestal zelfs mee eet. Hij kent ons en wij kennen hem. De tafel was versierd, we wisten dat er taart en bloemen zouden komen. Ze werd fris en goed wakker en ik heb haar iets moois aangetrokken. En tijdens het videobellen met meneer schoot hij direct vol; hij moest huilen en lachen tegelijk. Met een brok in mijn keel vertelde ik hem dat zijn koffie met een half zoetje ook al klaarstond. Medebewoners feliciteerden haar en er waren feesthoedjes. Toen de bloemen binnenkwamen hebben we ze voor de camera in een vaas gedaan. Het voelde als een warm verjaardagsfeestje. Meneer, die van iedere dag naar iedere dag niet is gegaan, was er zo toch een beetje bij.”

Foto is ontmoetingsplek 'raamvisite' locatie Vitalis Theresia.

Terug naar het overzicht